Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
2 oktober 2017

REPORTAGE: Op pad met geweren, lokeenden en drie jagers

Het is zaterdagochtend en de wekker gaat. Ondanks dat het half vier ’s ochtends is, heb ik geen moeite met wakker worden. Lichte zenuwen zorgen ervoor dat ik binnen een minuut naast mijn bed sta. Vandaag gaat het gebeuren: ik ga met Arjan (21) mee op eendenjacht.

Om zes uur meld ik me. Arjan is samen met de andere jagers, Ed en Mark, de auto aan het inpakken. Geweren, lokeenden, fluitjes, stoeltjes, een camouflagenet. Het gaat allemaal in de pick-up. Daar sta ik dan: in mijn korte regenbooglaarsjes, waar door de mannen om gegrinnikt wordt. Zelf hebben ze hoge, donkergroene kaplaarzen aan. Mijn leren jasje (fashion) wordt ingeruild door een veel te grote, donkere jas en Mark zet me zijn petje op. Het zou zonde zijn als dat witte vlak (mijn voorhoofd) de vogels weg zou jagen.

“Normaal gaat er ook een hond mee”, vertelt Arjan me. “Wel zo handig als een dier niet in een klap dood is en er nog vandoor probeert te gaan. De hond kan er achteraan om hem te vangen. Vandaag moet er in een keer raak geschoten worden. Ik heb de moed namelijk niet om er achteraan te rennen en het beest de nek om te draaien.

We stappen in de auto, op weg naar Nieuwerbrug. Stapvoets rijden we een weiland op. We beginnen met een kopje koffie. Het is nog pikdonker. Te donker om te kunnen zien wat er precies langs vliegt. Het doel vandaag: eenden. Er zijn tientallen eendensoorten en alleen de wilde eend mag geschoten worden. Een scherpe blik is vereist. 

Ik vind het spannend. Ik heb de mannen nog niet verteld dat ik niet goed tegen bloed kan. Ze weten inmiddels wèl dat ik een dierenvriend ben, maar dat zijn ze zelf ook. Toch zijn er veel vooroordelen over het jagen. “Mensen vinden het vaak zielig, als ze horen dat ik jaag”, zegt Arjan. We zitten inmiddels samen verscholen achter het camouflagenet. Ed en Mark zijn ergens anders gaan zitten. De lokeenden liggen in het water. Het fluitje hangt om zijn nek en het geweer is geladen. “Maar dat is hypocriet. Het is veel zieliger om vlees te eten uit de supermarkt. Plofkippen lijden, maar ook scharrelkippen hebben geen leven om jaloers op te zijn. Als we straks een eend schieten, heeft die een mooi leven gehad. Tot op het laatste moment.” Al de dieren die geschoten worden, worden opgegeten.

Arjan ging als kleine jongen al met zijn opa mee op jacht. “Ik vond het fantastisch. Dat wilde ik later zelf ook doen. Dus ben ik mijn jachtcertificaat gaan halen.” Zo leerde hij niet alleen schieten, maar ook welke vogelsoorten er zijn, wat geschoten mag worden en wanneer. De regels zijn streng, vertelt hij me.

Ondertussen red ik (per ongeluk) een paar eendenlevens, door mijn vragenvuur. De volgende drie eenden verliest hij echter niet uit het oog. Hij pakt zijn fluit, een fluit waarmee hij gekwaak kan nabootsen. Ik stel voor dat ik fluit, zodat hij zijn geweer in de aanslag kan houden. “Nee, dat is niet zo’n goed idee.” Hij is bang dat ik de eenden wegjaag. Het kostte hem ook tijd voordat hij de juiste lokroep onder de knie had. “Mijn moeder werd er af en toe gek van als ik weer zat te oefenen.”

De drie eenden naderen ons. PANG. Mis. De rust in het schemerige weiland is even weg. Ik voel de adrenaline. Nog een keer: PANG. Raak. De vogel valt, plof, in het weiland. Hij, het is een mannetje, is op slag dood. Niet zo zeer doordat de hagel zijn borst in is gedrongen. Volgens Arjan is hij acuut in shock geraakt en heeft hij niks gemerkt.

Het is inmiddels weer bijna licht. De eendentrek is geweest. Tijd om de eend te halen. Daar ligt ‘ie dan. In het gras. Er zijn precies drie druppels bloed te bekennen. Arjan pakt de eend en geeft hem aan mij. Ik wil niet kinderachtig zijn en pak hem aan. Ik heb hem aan zijn warme, maar slappe nek vast. We verzamelen weer. Tijd voor een kop koffie. “We hebben nu met zijn drieën maar één eend, maar evengoed heb ik een prachtige ochtend gehad”, zegt Ed. Van tevoren had ik het niet verwacht, maar ik begrijp Ed. Het was een bijzondere ervaring om de zon op het weiland op te zien komen. Om elke vogel te bekijken: de ganzen, ooievaars, kieviten, kraaien, kauwen, torenvalkjes. Allemaal in het desolate landschap, terwijl het grootste deel van Nederland nog lag te slapen. De geweren worden ontladen, we drinken onze koffie, eten een gevulde koek en praten nog even na. En dan vertrek ik, een avontuur rijker, weer naar mijn stadse leventje in Alkmaar. Waar ik het vlees gewoon verpakt in de supermarkt haal.

De volgende dag krijg ik een appje van Arjan. De eend ligt inmiddels op zijn barbecue. “Was ‘ie lekker?”, vraag ik. “Hij smaakte weer goed!”.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden