Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down
25 October 2017

Jan-Willem: "Ik ben begonnen als stageclown"

Jan-Willem heeft misschien wel de mooiste baan die er is. Als CliniClown Pier trekt hij langs verschillende ziekenhuizen met één missie: zieke kinderen eventjes afleiden en blij maken. “Met de rode neus op kijk je niet naar het zieke gedeelte van een kind, maar naar wat hij of zij wel kan. Pas als ik de neus af doe, dringt het door hoe ziek sommige kinderen zijn. Het enige wat ik dan kan doen is thuis voor ze bidden.”

We proberen iets nieuws: Een BEAM redacteur leest jou het artikel voor! Gewoon lezen? Kan ook. Enjoy!

Tijdens de opleiding docent theater kwam Jan-Willem voor het eerst in aanraking met stichting CliniClowns. Voor een opdracht mocht hij zich drie weken verdiepen in wat hem leuk leek. Via een docent kwam hij bij de CliniClowns terecht en mocht hij meelopen in het ziekenhuis. “Ik zag wat voor effect de clowns op die kinderen hebben. Dat wilde ik ook! Dit is de manier waarop ik theater wil gebruiken. Niet om mijzelf op te hemelen maar om het kind een beter gevoel te geven.” 

Jan-Willem mocht stagelopen als clown, een grote uitzondering, want er zijn bijna nooit stageclowns. “Mijn eerste keer als clown kan ik mij nog goed herinneren. Ik vond het erg spannend, maar mijn collega-clown stelde mij gerust. Op een gegeven moment waren we aan het spelen voor een klein meisje. Ik zong een sprookjeslied en mijn collega zag dat ik het alleen kon en durfde mij alleen te laten met haar. Ze vertrouwde mij gelijk, dat gaf een goed gevoel.” 

De stage ging zo goed dat Jan-Willem mocht blijven en zo werd hij een echte CliniClown. Normaal gaat dat anders. Iemand die clown wil worden moet een sollicitatiebrief en een filmpje sturen van zichzelf als clown en door meerdere auditierondes en gesprekken komen. Daarna is het zaak om een half jaar ervaring op te doen in de praktijk.

Als clown heb je hele goede voelsprieten nodig

Als CliniClown bezoekt Jan-Willem nu verschillende ziekenhuizen in Noord-Nederland. Voordat hij zijn clownskostuum aan doet wordt hij eerst op de hoogte gesteld door de pedagogische medewerker van het ziekenhuis. Zij vertelt belangrijke informatie over de kinderen: “Wie liggen er, waarom zijn ze hier, waar moet je rekening mee houden. Als een kind net is geopereerd aan een blindedarmontsteking dan kan het pijn doen om te lachen. Dat zijn goede dingen om te weten.”

Wanneer ze helemaal op de hoogte zijn wordt het clownskostuum aangetrokken. Ze gaan de afdeling op en beginnen met een muziekronde. “Als clown heb je hele goede voelsprieten nodig. We signaleren gelijk wat een kind nodig heeft. Wij voelen goed aan of het kind angstig is, pijn heeft of als we beter later terug kunnen komen.”

De CliniClowns improviseren alles en daarvoor zijn die voelsprieten heel handig. “Als een kind echt niet wil dat wij langskomen, dan gaan wij niet langs. Heel vaak zie je dat kinderen even afwachten. Als ze zien dat wij te vertrouwen zijn, bloeien ze helemaal op!”

“Heel veel mensen denken dat we het alleen voor die prachtige lach doen, maar wij doen veel meer dan alleen die lach. Ik was bijvoorbeeld in een kamertje met een klein meisje. Ze was ongelooflijk hard aan het huilen, want ze moest een prik. Samen met een collega hebben we toen van een doekje een vogeltje gemaakt en daar gingen wij mee spelen. Je zag het kindje rustiger en stil worden en ondertussen kon de verpleger haar die prik geven” 

“Soms doe je je werk voor die keiharde schaterlach, soms is het afleiding en soms is de stemming in een kamer zo in de mineur, dan hoop je alleen eventjes het zware uit die kamer te halen. Wat licht en wat lucht brengen.”

Jan-Willem vertelt dat het werk van een CliniClown fysiek erg zwaar kan zijn. Ze klimmen op deuren, hangen over stoelen heen en zitten op elkaars rug. Mentaal is het misschien nog wel zwaarder: “Ik zeg altijd: je hebt een bescherming en dat is die rode neus. Als die rode neus op is dan zie je niet het zieke gedeelte van een kind.”

Natuurlijk, een kind in een ziekenhuis, dat hoort niet

Als Jan-Willem na een lange dag zijn rode neus weer afdoet dringt door hoe ziek sommige kinderen zijn: “Ik kom ook in ziekenhuizen waar kinderen met anorexia liggen. Dan denk ik, waarom toch? Je bent zo’n mooie, lieve en open meid. Je hoeft niet anders te zijn, je bent zo mooi.”

“Dat raakt mij absoluut, maar dat moet je ook naast je neer kunnen leggen. Het enige wat ik dan kan doen thuis voor ze bidden. Ik kan ze niet uit de situatie halen helaas. Als ik dat zou kunnen, dan zou ik dat doen. Maar het is niet in mijn handen.”

Ondanks al de zieke kinderen die hij tegenkomt richt Jan-Willem zich vooral op het positieve van zijn werk, die lach: “Natuurlijk, een kind in het ziekenhuis, dat hoort niet. Maar in die kamer richten we ons daar juist niet op, we richten ons op wat het kind wél kan en dat is absoluut dankbaar werk. Ik heb de mooiste baan die er is!”

Wil jij nou nog meer weten van Jan-Willem? Dan heb je geluk! Hij was te gast bij BEAM-live en vertelde ALLES over zijn werk en meer. Terugkijken, dat kan!! Klik hier!

Volg ons