Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
10 april 2017 Reageer

COLUMN: Mijn pester en ik werden vrienden

Mijn basisschoolperiode en ik hebben geen goede herinneringen. Ik werd gepest. Sommige jaren erger dan andere, maar ik was altijd het buitenbeentje. Dat ik na 9 jaar basisschool eindelijk naar de middelbare school mocht, voelde als een bevrijding. Toch heb ik nooit afscheid genomen van mijn pesters.

Laat ik eerlijk zijn. Als ik terugkijk op mijn schooltijd begrijp ik dat ik het slachtoffer van de klas was. Ik was een makkelijke target: haalde zonder moeite goede cijfers, had overgewicht en werd niet snel boos. Of het nu uit jaloezie was of uit nijd omdat ik anders was, ieder kon wel een reden vinden om mij niet te mogen. En dat bleek ook zo te zijn.

Ik werd buitengesloten, uitgelachen, uitgescholden om mijn uiterlijk en kreeg briefjes met lelijke teksten. 'Niemand vindt je aardig' stond erop. Ze zongen 'Dikkertje Dap' naar me of gaven me een tekening van een varkentje. Nooit hoorde ik er echt bij. Ergens had ik dat geaccepteerd, maar tegelijkertijd wenste ik dat mijn leven zo makkelijk was als dat van de aanvoerder van onze klas. Als iedereen als trouwe hondjes achter je aan loopt, heb je het echt gemaakt, dacht ik. Achteraf weet ik natuurlijk wel beter.

In groep 6 bereikte het pesten zijn dieptepunt. De meisjeshelft van onze klas was een hechte groep en vormde zo een front waar ik niet bij hoorde. Tijdens het buitenspelen in de pauze mocht ik niet meedoen. Als ik dan toch op ze af stapte, lachten ze me uit. Zo bracht ik veel pauzes in mijn eentje door. Het pesten werd zo erg dat ik loog tegen mijn ouders dat ik ziek was, om maar niet naar school te hoeven. Ik herinner me een pauze dat ik me afzonderde op een bankje in de hoek van het schoolplein en begon te huilen. Ik probeerde me groot te houden, maar het was niet de eerste keer dat ik tot tranenstoe werd geraakt. De jongenshelft van de klas kwam als groep naar mij toe. ‘Pesten ze je nou alweer?’ ‘Dat kan echt niet, hoor!’ ‘Kom, je mag wel met ons meedoen.’ De actie van de jongens maakte indruk. Hoewel ik na die pauze er nog steeds niet helemaal bij hoorde, werd ik wel meer geaccepteerd als klasgenootje. Ik mocht weer meespelen in de pauzes en op de grote afscheidsmusical in groep 8, waar ik maanden zo niet jaren naar uit had gekeken, voelde ik me voor het eerst gewaardeerd.

Ik kom uit een dorp waar ik mijn oud-klasgenootjes nog regelmatig tegenkom. Toen ik jaren later weer in contact kwam met een van mijn grootste pesters, vond ik dat erg ongemakkelijk. Het leek alsof er tussen ons niets was gebeurd en wij gewoon klasgenootjes waren. Ergens had ik het gevoel dat zij zich van geen kwaad bewust was, maar ik durfde haar er niet mee te confronteren. Ik besefte dat ik er vrede mee had. Ik wilde het verleden niet meer oprakelen en vond het juist prettig dat we normaal met elkaar om konden gaan. Ik wilde haar liever in stilte vergeven dan openlijk het verleden oprakelen. Het is misschien wonderlijk dat ik juist met mijn grootste pester meer contact heb dan mijn vrienden uit die tijd. Maar daardoor kan ik het verleden wel achter me laten.

Ben jij wel eens gepest? Hoe ging je daarmee om? Wij horen graag je verhaal! Dat kan via mail (beamredactie[at]eo.nl) of WhatsApp (06-83673700).

Reacties

Wanneer je cookies in de categorie Overig accepteert vind je hier NPO Selected.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden