Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
1 februari 2017

COLUMN: Ik moet alles hebben

Er zit een gat in mijn hand. Niet een gewoon gat. Het gat is HUGE, zo groot dat ik bijna geen hand over heb. Tot mijn pubertijd heb ik geloofd dat ik dit kon veranderen. Dat ik met pleisters het gat dicht kon maken of met behulp van plastische chirurgie de wond kon helen. Of desnoods ergens een nieuwe hand op de kop kon tikken. Totdat ik om mij heen keek en besefte dat het in mijn genen zit; ik ben minstens zo erg als mijn eigen moeder, mijn eigen oma. Conclusie: ik kan er niets aan doen.

Het gat heeft er altijd al gezeten. Mijn allereerste euro’s, die je kreeg in zo’n mooi euromapje, waren binnen drie dagen op. Uitgegeven aan een K3 cd. In de Expo bij ons in de winkelstraat hing ik uren rond, op zoek naar nieuwe Diddl spullen. Ik kocht van mijn allereerste spaargeld zo’n grote knuffel van 75 EURO!!! M’n zusje snapte mij totaal niet. Het stuk wat ik mis in mijn hand heeft zij extra.

Op het moment dat ik naar de middelbare school ging, moest ik per se een roze Kippling hebben. Die kreeg ik, na een zomervakantie lang zeuren. Toen ik na vier weken erachter kwam dat die tassen not done waren, moest ik een nieuwe. Een paar nieuwe, een bruine jas paste tenslotte niet bij een zwarte tas. Tijdens mijn middelbare school tijd van 6 jaar, heb ik een stuk of vijftien exemplaren versleten. Naarmate de dag vorderde op zo’n schooldag werd dat gat steeds groter, in de grote pauze was het niet meer te houden. Dan maakte ik optimaal gebruik van dat gat, in de schoolkantine of supermarkt. Een Italiaanse bol met filet american of een “broodje keur” waren veel lekkerder dan mijn eigen boterhammen.

Nu woon ik op kamers en moet ik voor mezelf zorgen. Dat gat kan ik in deze karige studententijd echt niet gebruiken. Ik kom er alleen niet vanaf! Een week nadat ik stufi heb gekregen, heb ik de helft van mijn geld er doorheen gejast. Precies in die eerste week heb ik een nieuw bureau nodig dat net iets mooier is dan mijn vorige. En zie ik prachtige schoenen: “die zoek ik al zóóó lang”. De rest van de maand doe ik vooral niet zuinig aan, ik weet overal wel geld vandaan te halen. Voor een feestje, nieuwe fietsbel, een koffie in de stad of mijn droomjas. Volgens mijn vriend is het probleem dat ik iedere keer denk dat ik iets écht nodig heb, terwijl ik al 10 varianten van die schoenen in de kast heb staan.  De laatste paar dagen voor stufi eet ik vooral niet thuis en jat ik eten bij mijn ouders uit de snoepla.

Jup, het gat zit er nog steeds en ik ben bang dat het daar nog lang blijft zitten. Het leven als arme student begint inmiddels te wennen. Bovendien kom ik op steeds creatievere manieren aan mijn geld of spullen. Klusjes doen en de kringloop zijn mijn favorieten. Het zorgt voor avontuur en eigenlijk maakt het me helemaal niets uit dat ik bijna nooit geld heb. Geld maakt toch niet gelukkig.

Heb jij ook een gat in je hand? Wil je hier graag meer over vertellen? Stuur dan een mailtje naar [email protected] en misschien sta jij binnenkort wel op onze website!

 

 

 

 

 

 

 

 

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden