Icon--npo Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley Icon--menu Icon--chevron-down
14 August 2016

Ik ben een gelovend ongelovige

Wanneer geloof ik goed genoeg? Domme vraag misschien, maar toch een gedachte die soms door mijn hoofd gaat. Want als je met geloof bergen kunt verzetten, waarom staan mijn bergen dan nog op exact dezelfde plek als gisteren? Is mijn geloof niet goed genoeg, moet het perfect zijn?

In de Bijbel lees ik over een vader en zijn zoon. Met die zoon gaat het niet helemaal lekker, die is hartstikke ziek. De vader zoekt Jezus op en begint hem het volgende uit te leggen: “Mijn zoon is door een geest bezeten en kan niet praten. Deze geest overweldigt hem en gooit hem op de grond en ik breng hem nu hier, zodat u hem kunt uitdrijven. Als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons!” (Marcus 9: 17 - 22) Dan spreekt Jezus de bekende woorden: “Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.”

De eerste keer dat ik de vraag van deze vader las, was ik best verbaasd. Hij vraagt: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!” Beetje tegenstrijdig. Hoe kan je nou wel geloven en niet geloven op hetzelfde moment?

Niet perfect
Het geloof van deze vader was niet perfect en het mooie is: dat wist hij zelf ook. Ik denk dat hij wist dat wat Jezus ging doen niet afhankelijk was van hoe goed hij geloofde. Anders had hij het wel gelaten om zijn ongeloof te benoemen.   

We zijn niet perfect. We twijfelen allemaal. De één twijfelt of er überhaupt een God bestaat, een ander of die God wel echt goed is en weer een ander of Genesis het nou over zeven dagen van vierentwintig uur heeft of dat het allemaal heel anders is bedoeld. Ik denk dat ik veel van deze vader kan leren. Ik mag van de daken schreeuwen: Ik geloof! Maar vervolgens mag ik in mijn gebed ook schreeuwen: Kom mijn ongeloof te hulp! Ik hoef niet te doen alsof ik een perfect geloof heb, want ten eerste is dat simpelweg niet waar en ten tweede denk ik dat God meer kan met mijn ongeloof als ik het erken dan met het ongeloof dat ik verstop in een hoekje van mijn hart.

Ongelovend geloven of gelovend ongeloven, het kan allemaal. God vraagt van mij geen perfectie, Hij wil mijn hart. Gelukkig.

Weten hoeveel christelijke jongeren geloofstwijfel hebben? Check hier resultaten van BEAM's GROTE twijfelonderzoek.

Volg ons