Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
8 april 2016 Reageer

“In Nederland word ik nog altijd als Colombiaan gezien”

Mauricio (20) was pas drie jaar toen hij werd geadopteerd door Nederlandse ouders. Na een lastige pubertijd – met veel gepest en twijfels over zijn identiteit – bezocht hij vorig jaar met het bekende programma ‘Spoorloos’ zijn geboorteland Colombia. Na twintig jaar stond hij eindelijk oog in oog met zijn biologische moeder. “Ik belandde in een loyaliteitsconflict; wie was nu mijn ‘echte’ moeder?”

Mauricio: “Ik kom oorspronkelijk uit een gezin met twaalf kinderen. Vlak nadat ik werd geboren, overleed mijn vader. Mijn moeder had al veel jonge kinderen en kon niet meer voor mij zorgen. Samen met nog twee broertjes – een drieling! – werd ik daarom een paar jaar later geadopteerd.”

Hoe is het om op te groeien als adoptiekind?
“Tot mijn twaalfde heb ik het thuis prima gehad, maar toen ging ik naar de middelbare school. Ik woon in Drenthe, niet echt een multiculturele provincie. Op mijn school zaten 900 leerlingen, waarvan drie met een kleurtje. Daarom werd ik veel gepest. Je bent donker, dus je kan niets, dat soort dingen. Mijn eigenwaarde was laag en ik belandde in een crisis. Ik wist niet wie ik was. Mijn afkomst speelde daarin een grote rol. Ik heb ook een ‘gewoon’ zusje en zij kreeg bijvoorbeeld op verjaardagen te horen dat ze zoveel op haar ouders leek. Dat ze de ogen van mijn moeder heeft, bijvoorbeeld. Maar ja, op wie leek ik dan? Dat deed pijn.”

Kwam toen ook je interesse om terug te gaan naar je ‘roots’ in Colombia?
“Die was er eigenlijk al eerder. In groep 6 hield ik al mijn spreekbeurt over Colombia. Mijn moeder had bakbananen gemaakt, ik had muziek meegenomen, alles klopte. Hoogste cijfer van de klas, haha. Op mijn vijftiende heb ik vervolgens mijn eerste brief naar Spoorloos gestuurd dat ik op zoek wilde naar mijn biologische moeder. Toen was ik nog te jong, maar op mijn achttiende heb ik het weer geprobeerd. Vorig jaar is het dus uiteindelijk gebeurd, op 3 oktober vertrokken we. Mijn adoptieouders hebben mij daarin altijd ondersteund en vertelden mij al jong over Colombia. Al moet ik zeggen dat het – naarmate de Spoorloos-reis dichterbij kwam – het wel steeds lastiger werd voor mijn moeder.”

Je hebt je biologische moeder uiteindelijk maar twee dagen kunnen zien…
“Het moment waarop ik voor het eerst mijn moeder zag was zowel mooi als triest. Ik had haar twintig jaar niet gezien en de vrouw die dan voor mij staat is dan opeens mijn moeder. Het had net zo goed een andere vrouw kunnen zijn… Ze heeft mij niet opgevoed, niet mijn eerste stapjes gezien als kind, van alles gemist. Alleen qua bloedband is ze mijn moeder. Dat was heel verwarrend. Mijn adoptiemoeder was ook mee naar Colombia. Achteraf gezien was dat misschien geen goed idee. Ik belandde in een loyaliteitsconflict; wie was nu mijn ‘echte’ moeder? In concludeerde later: mijn adoptiemoeder heeft mij wél leren fietsen en mijn diploma’s zien halen. Zij is mijn moeder, mijn biologische moeder is mijn mama.”

Hoe was het om weer in Nederland te zijn na je ontmoeting met je biologische moeder?
“Van te voren was ik gewaarschuwd door Spoorloos: als je meedoet heeft dat consequenties voor je leven in Nederland. Dat klopte ook, want puntje bij paaltje: ik ga dit jaar mijn schooljaar niet halen en mijn relatie is stukgelopen door mijn eigen stommiteiten. Hoe dat komt? Ik kwam terug met nieuwe emoties, gevoelens en ervaringen die ik moeilijk kon plaatsen. Ik voelde mij eenzaam en onbegrepen. Mijn grootste fout was om twee dagen na terugkomst alweer naar school te gaan. Ik had nog niets kunnen verwerken en dat kwam later terug als een boemerang in mijn gezicht. Ik had heel even een nieuwe familie, maar moest gelijk weer afscheid nemen. Heel raar. Terugkomen in Nederland was sowieso lastig. In Colombia werd ik als Nederlander gezien – ik had een tolk nodig om met de mensen te praten – maar in Nederland word ik nog altijd als Colombiaan gezien en behandeld. Dat is lastig. Maar als ik twijfel over mijn identiteit weet ik in ieder geval één ding zeker: ik heb mijn identiteit in Jezus. Ik heb de afgelopen tijd bijna geen houvast meer gehad, maar heb dit gevonden in mijn geloof. Bijvoorbeeld toen ik laatst met BEAM naar Taizé was en met allemaal toffe jongeren Pasen mocht vieren, Jezus ontmoeten in de stilte en mijn problemen bespreken met Hem. Jezus gaat nergens heen en laat mij nooit los; ik hoef mij niet vast te houden aan aardse dingen. Het geloof houdt mij op de been: op een dag komt alles goed.”

Je draagt een ketting met een kruis én de kleuren van de Colombiaanse vlag om je nek.
“Mijn biologische moeder is katholiek en zegent ons elke dag, zegt ze. Daarom draag ik dit kruis uit Colombia, en dus mijn moeder en haar zegen, met mij mee. Vroeger zag ik mijn adoptie als een vloek van God, maar nu meer als een zegen. Ik heb de mogelijkheid gekregen om mij in Nederland te ontwikkelen en mijn talenten in te zetten voor Hem. Ik hoor wel eens dat ik goed ben in mensen inspireren en bemoedigen. Daar ben ik God dankbaar voor.”

Tekst: Rimme Mastenbroek

In de serie ‘Trots op mijn roots’ vertellen jongeren over de plek waar ze vandaan komen. Mauricio's aflevering van Spoorloos terugkijken kan hier.

Reacties

Wanneer je cookies in de categorie Overig accepteert vind je hier NPO Selected.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden