Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
14 april 2016

GASTCOLUMN: Een mannelijke christen met vrouwentrekjes

Af en toe heb ik wat damesachtige trekjes: ik sta uren voor de spiegel, ik zing onder de douche en ik ben dol op thee en kaarslicht. Dat neemt niet weg dat ik me vaak heel mannelijk voel. Als ik sport, dat luchtdichte potje jam openkrijg, of als ik mijn kleine zusje ophaal van een schoolfeestje. Op die momenten voel ik me goed. Nóg beter is het wanneer ik me een christen voel.

Ik voel me christen als ik mensen aan het lachen maak, wanneer ik stilletjes muziek luister achter in de kerk of als ik met vrienden een biertje drink (en nog één, en nog één, foei Thom). Kortom, ik voel me goed op de momenten dat ik dicht sta bij wie ik zelf ben. Een man van God.

Vooral wanneer ik aan het shoppen ben is dat mannelijke gevoel ver te zoeken. Het is geen winkelen wat ik doe. Ik shop. Als een dame. Dat betekent dat ik oneindig lang sta te staren naar dat ene snoezige shirtje, zonder het echt te kopen. Ik slaak hoge, blijde gilletjes als dat leuke jasje in de uitverkoop is. Ik werp smachtende blikken naar die mooie schoenen in de etalage. Je moet het me maar niet aanrekenen. Iedereen heeft zo zijn guilty pleasures en ik vind het heerlijk om eens in de zoveel tijd de stad door te rennen om naar al het moois te kijken.

En dan, al shoppend, loop je ineens in een evangelistenfuik. Je kent het misschien wel; links en rechts van je staan er wat mensen – net uit de toon – een opwekkingsliedje te zingen en er wordt een ‘wegwerpbijbeltje’ in je handen gedrukt. Ik voel me altijd een beetje gegeneerd als ik het zie, betrapt zelfs. Ik ben al niet op mijn mannelijkst met mijn tassen vol kleren, het nieuwe geurtje en een mond vol met een frikadellenbroodje van het station.

Meestal doe ik wat iedereen doet: ik mompel iets en ik loop snel door. Net zoals dat ik hard doorloop bij een draaiorgel, wanneer er fondswervers van het WNF op me afkomen of wanneer een politieke partij campagne voert. De ‘wegwerpbijbels’ worden weggeworpen. Het geloof gaat de straat op, maar het ligt in de goot. Het meisje dat opwekkingsliedjes zingt, heeft haar ogen dicht, haar handen gestrekt en ziet de mensen op straat niet eens. Als ik naar het groepje evangelisten kijk, word ik bijna verdrietig. Het enige wat ik zie is beleefde afwijzing, die ik heel goed kan begrijpen. Want de overtuiging is er wel, maar waar is de liefde?

Op sociale media lijkt het nog erger. De blijde boodschap lijkt online gereduceerd worden tot een harde, belerende discussie. Alles wat niet in je religieuze straatje past, wordt afgebrand. Als ik daarnaar kijk, word ik al helemaal somber. Want geloven heeft voor mij altijd om liefde en respect gedraaid en het openstaan naar de mensen. Maar waar is de liefde als je als gelovige een ander niet kan accepteren zoals hij is? Waar is het respect als jij als christen niet kan uitreiken naar andere opvattingen? Hoe kun je openstaan als je alleen maar heel hard zingt zonder te kijken?

Ik wil evangeliseren de grond niet inboren. Want evangeliseren werkt wel. Het is niets meer dan het uitdelen van liefde, niet van je opvatting. Het is open zijn en de ander met respect benaderen. Ik heb zelf ooit een keer chocolademelk uitgedeeld op een station, midden in de winter, als evangelisatieactie. Het is fantastisch om te zien hoe het gezicht van zo’n verkleumde reiziger oplicht. Ik moet echter wel toegeven dat ik last had van knikkende knieën, en dat kwam niet alleen door de kou… Desondanks voelde ik me een man die avond. Een christen.

Thom Hofstede (19) is student journalistiek. Hij heeft blonde krullen en is tienerleider. Hij wil je graag aan het lachen maken en stiekem ook iets leren. Iedere twee weken schrijft hij een column voor BEAM.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden