Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
28 april 2016

GASTCOLUMN: Een chagrijnig bejaard mannetje

Ik erger me vaak gloeiend veel aan dingen. Hete spetters jus, een jengelend draaiorgel op straat, of bellende mensen in de stiltecoupé. Elke dag is er wel iets waar ik me aan kan ergeren. Ik zie het nog wel gebeuren dat ik later zo’n heel chagrijnig bejaard mannetje wordt. Zo’n eentje die je altijd op straat ziet lopen, mopperend op alles. Een mannetje met kwaadaardige kraaloogjes, die overal naartoe schieten, alsof hij zou willen zeggen: Dat haat ik. Dat haat ik. Dat haat ik echt ontzettend.

Maar eigenlijk heb ik de droom om zo’n lief oud opaatje te worden, met van die leuke lachrimpels, ontzettend veel kleinkinderen, en sneeuwwit haar. Ik probeer die droom nu al een beetje waar te maken, door het beste uit het leven te halen. Ik wil een rijk en goed gevuld leven hebben: een leven dat terug te zien is mijn rimpels later. Dus ik probeer me meestal niet op mijn kop te laten zitten door de dingen waar ik me aan erger. Los daarvan ben ik tevens niet zo’n bozig persoon.

Er zijn echter twee dingen waar ik boos over wordt: onrecht en slechte binnenhuisarchitectuur. Als ik op internet beelden zie van mensen in derdewereldlanden krijg ik een knoop in mijn maag. Dan wil ik erheen en wel zo snel mogelijk. En als ik iemand zie met een rampzalig interieur dan rijzen de haren mij te berge. Laatst was ik erg geïrriteerd. En nee, dat had niets te maken met derdewereldlanden, maar alles met het onrecht dat mevrouw X haar huis aandeed.

“De muren leken op mij in mijn
middelbare schooltijd: fel, vloekend
en onder de voedselvlekken.”

Panterprint
Laatst interviewde ik een oudere dame bij haar thuis. Al toen ik op het huis afliep, kreeg ik een raar gevoel. Dat kwam grotendeels door het feit dat de gordijnen een panterprint hadden. Deze innerlijke jeuk nam toe toen ik binnenkwam en het gesprek begon. Want hoe lief deze dame ook was, ik kon niet om het feit heen komen dat de muren een beetje op mij in mijn middelbare schooltijd leken: fel, vloekend, en onder de voedselvlekken. Bovendien waren de meubels duidelijk bedoeld voor in de tuin, niet in een huiskamer. Alle lege ruimte was gevuld met geurkaarsen, die nooit aangestoken werden, maar er slechts ‘voor de sier’ stonden. Qua irritatiegevoel was het alsof iemand een kaasschaaf over mijn ruggengraat trok. Ik hield het niet meer, en onderbrak het gesprek tijdelijk even: “Kan ik even naar het toilet?”

Ze wees me heel vriendelijk naar het kleine kamertje, waar ik geconfronteerd werd met de zoveelste terreuraanslag op smaak: de toiletbril had wollige, felrode bekleding. Het was alsof iemand Elmo uit Sesamstraat had vermoord, en de restjes had gereduceerd tot een harige placemat.  En als laatste genadeslag was er een diepzinnige tekst op de muur gekalkt: Live. Laugh. Love.

Luchtgitaar
Het heeft mij heel veel wilskracht gekost om het toen niet brullend op een rennen te zetten. Ik verlangde wanhopig terug naar mijn eigen kamer, die gevuld was met boeken, rustiek, en licht. Het is geen Live-Laugh-Love-kamer. Het is de kamer waar ik heb gehuild toen mijn moeder - lang geleden - in het ziekenhuis lag. Het is de kamer waar ik al mijn teksten schrijf, de kamer waar ik fanatiek luchtgitaar speel. Het is een plek waar ik mijzelf ben. Een plek die het mede mogelijk maakt om later een oud mannetje met lachrimpels te worden. Misschien wel door te lachen en lief te hebben, maar ook door te huilen, te mopperen en me grenzeloos te irriteren. Want hoe ga ik ooit uitgroeien tot de lachende man die ik wil zijn als ik mijn mopperkant niet de ruimte geef die hij verdient?

Ik wil uitgroeien tot een oude man die het mooie in het leven waardeert. Dat betekent niet dat ik de bloedneus, het verkleurde T-shirt of het supersonisch trage internet niet erken. Laat het leven als bejaarde man maar komen!

Al hoop ik wel dat het nog even duurt voordat ik kleinkinderen krijg.

Thom Hofstede (19) is student journalistiek. Hij heeft blonde krullen en is tienerleider. Hij wil je graag aan het lachen maken en stiekem ook iets leren. Iedere twee weken schrijft hij een column voor BEAM.

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden