Icon--eo Icon--instagram Icon--clock Icon--theme Icon--location Icon--tag Icon--twitter Icon--whatsapp Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--spotify Icon--facebook Icon--snapchat Icon--youtube Icon--smiley
20 februari 2016

COLUMN: De monsters onder mijn bed

Ik was best een dapper kind. Ik was bevriend met de tandarts, stond het liefst op een podium, knuffelde insecten en speelde met vuur. Voor schimmige schaduwen of pluizige sesamstraatmonsters onder mijn bed was ik al helemaal niet bang.

Ik hoefde ook niet bang te zijn. Mijn vader en moeder bleven altijd in de buurt, ik kon ze altijd roepen als er iets was en ik had een zus in dezelfde kamer als ik slapen. En natuurlijk was ‘je hoeft niet bang te zijn’ ons lijflied dat we elke avond brulden bij het slapen gaan.

Maar monsters onder mijn bed had ik wel. Nog steeds, maar niet meer dezelfde als vroeger. Ik ben niet meer bang voor de vrije val of kwallen. Ik ben niet meer bang om de handstand te doen. Ik ben niet meer bang dat mijn ouders me zullen betrappen met een boek in bed, terwijl ik allang het licht uit had moeten doen.

Ik ben bang dat ik verkeerd kies als ik grote beslissingen moet maken. Ik ben bang dat ik niet zoveel ga reizen als ik wil. Ik ben bang dat ik niet genoeg tijd heb voor vrienden en familie. En ja, ik ben bang voor mijn nieuwe tandarts.

Toen ik mijn studie moest uitzoeken, zweette ik peentjes. Ik was bang om verkeerd te kiezen. Toen ik op kamers ging, moest ik erg wennen. Hoewel ik altijd erg had uitgekeken naar dat moment, voelde ik me in het begin soms alleen. Als ik nu terugkijk, waren die monsters niet zo eng als ik eerst dacht. De studiekeuze pakte goed uit en ik heb fantastische mensen leren kennen.

Grote kans dat ik over een jaar, tien jaar of tachtig jaar terugkijk op nu en me lachend afvraag: ‘waar maakte ik me druk om?’ Maar het allerbelangrijkste is dat ik op een dag mijn Vader in de ogen kijk, Hij me een aai over mijn hoofd geeft en zegt: ‘Ik zei het toch. Je hoefde niet bang te zijn. Ik was erbij, iedere seconde.’

Nee, alleen ben ik niet en het duister is niets meer om bang voor te zijn. Mijn Vader is altijd in de buurt, ik kan Hem roepen wanneer ik wil en zijn heilige Geest is altijd in dezelfde kamer als ik. Ik hoef niet bang te zijn.   

Tekst: Lola Brouwer

Volg ons

© Evangelische Omroep - Algemene voorwaarden